dinsdag 30 januari 2007

Het Zonnelied, Cantico delle Creature.


Hoogste, almachtige, goede Heer
U zij lof en roem en eer en alle zegen.
Geen mens is waardig Uw naam te noemen.

Wees geloofd, mijn Heer, met al Uw schepselen,
En vooral met broeder zon, de heer
Die de dag brengt en ons door zichzelf verlicht.
En schoon is hij en stralend in alle schittering.

Wees geloofd, mijn Heer,
Om zuster maan en om de sterren,
Die Gij aan de hemel hebt geschaard,
Helder, kostelijk en schoon.

Wees geloofd mijn Heer, om broeder wind,
Om lucht en wolken en het mooie weer, om ieder weer
Waardoor Gij Uw schepselen onderhoudt.

Wees geloofd, mijn Heer, om zuster water,
Die zozeer nuttig is en nederig, kostelijk en kuis.

Wees geloofd, mijn Heer, om broeder vuur,
Door wie Gij de nacht verlicht;
Mooi is hij en vrolijk en machtig en sterk.

Wees geloofd, mijn Heer,
Om onze zuster, moeder aarde,
Die ons voedt en ons behoedt
En velerlei vruchten draagt,
Bonte bloemen ook en groen.

Loof en zegen mijn Heer
En dank en dien Hem in grote deemoed.

dinsdag 23 januari 2007

Lied vom Winde


Sausewind, Brausewind!
Dort und hier!
Deine Heimat sage mir!

"Kindlein, wir fahren
Seit viel vielen Jahren
Durch die weit weite Welt,
Und moechtens erfragen,
Die Antwort erjagen,
Bei den Bergen, den Meeren,
Bei des Himmels klingenden Heeren,
Die wissen es nie.
Bist du klueger als sie,
Magst du es sagen.
- Fort, wohlauf!
Halt uns nicht auf!
Kommen andre nach, unsre Brueder,
Da frag wieder."

Halt an! Gemach,
Eine kleine Frist!
Sagt, wo der Liebe Heimat ist,
Ihr Anfang, ihr Ende?

"Wers nennen koennte!
Schelmisches Kind,
Lieb ist wie Wind,
Rasch und lebendig,
Ruhet nie,
Ewig ist sie,
Aber nicht immer bestaendig.
- Fort! Wohlauf! auf!
Halt uns nicht auf!
Fort ueber Stoppel, und Waelder, und Wiesen!
Wenn ich dein Schaetzchen seh,
Will ich es gruessen.
Kindlein, ade!"
Eduard Mörike

maandag 22 januari 2007

Es gibt so Schönes


Es gibt so Schönes in der Welt,
Daran du nie dich satt erquickst
Und das dir immer Treue hält
Und das du immer neu erblickst:
Der Blick von einer Alpe Grat,
Am grünen Meer ein stiller Pfad,
Ein Bach, der über Felsen springt,
Ein Vogel, der im Dunkel singt,
Ein Kind, das noch im Traume lacht,
Ein Sterneglanz der Winternacht,
Ein Abendrot im klaren See
Bekränzt von Alm und Firneschnee,
Ein Lied am Straßenzaun erlauscht,
Ein Gruß mit Wanderern getauscht,
Ein Denken an die Kinderzeit,
Ein immer waches, zartes Leid,
Das nächtelang mit feinem Schmerz
Dir weitet das verengte Herz
Und über Sternen schön und bleich
Dir baut ein fernes Heimwehreich.
Hermann Hesse

donderdag 18 januari 2007

Die zware storm van 18 januari...

De laatste storm


Buldrend speelt de zee met 't oude vaartuig.
Kalm, manhaftig kampt de grijze zeeman
met den storm. Maar splijtend te allen kante
vreeslijk kraken de oude brooze wanden.

Bleek en bevend staart alom de manschap
naar het krakend wantwerk en den zeeman.

"Sloepen af en vrouwen eerst!" gebiedt hij.
Wiegend wagglen sloepen in den storrem,
angstig ijlt de manschap in de sloepen.
Eenzaam staat op 't vaartuig de oude zeeman.
"Vol!" zucht hij, "vaartwel, matrozen, redt u."
Door den storm verdwijnen zijne sloepen.

Buldrend speelt de zee met 't splijtend vaartuig.
Kalm, manhaftig bidt de grijze zeeman
de armen rond een mast. Zoo lange reisden
schip en zeeman samen door de stormen;
grijs is 't hoofd geworden van den zeeman,
krakend en versleten 't machtig vaartuig...

O de wind, de zee, de laatste storrem!
Schuimend, bruischend, stijgen wilde baren
onder zijne voeten. Krakend, berstend,
in de diepe kolken draait het vaartuig...
Samen duiklen schip en man verzwolgen.
Machtig stormt de zeewe, grootsch en eenzaam.

Albrecht Rodenbach

vrijdag 12 januari 2007

Gedicht über den Maulwurf


Der Maulwurf ist nicht blind, gegeben hat ihm nur
ein kleines Auge, wie ers brauchet, die Natur;
mit welchem er wird sehn so weit er es bedarf
im unterirdischen Palast, den er entwarf;
und Staub ins Auge wird ihm desto minder fallen,
wenn wühlend er emporwirft die gewölbten Hallen.

Den Regenwurm, den er mit anderen Sinnen sucht,
braucht er nicht zu erspähn,
nicht schnell ist dessen Flucht.
Und wird in warmer Nacht
er aus dem Boden steigen,
auch seinem Augenstern
wird sich der Himmel zeigen,
und ohne daß ers weiß, nimmt er mit sich hernieder
auch einen Strahl und wühlt im Dunkeln wieder.

Friedrich Rückert (1788-1866)

woensdag 10 januari 2007

maandag 8 januari 2007

We zijn weer op het werk! ;^)

"Gelukkig Nieuwjaar!", "Gelukkig Nieuwjaar!", "Gelukkig Nieuwjaar!", "Gelukkig Nieuwjaar!", "Gelukkig Nieuwjaar!", "Gelukkig Nieuwjaar!", "Gelukkig Nieuwjaar!", "Gelukkig Nieuwjaar!", "Gelukkig Nieuwjaar!", "Gelukkig Nieuwjaar!", "Gelukkig Nieuwjaar!", "Gelukkig Nieuwjaar!", etc.

zaterdag 6 januari 2007

Exalead: een "grappige" zoekmachine uit Frankrijk.


Deze zoekmachine laat voorbeelden van de gezochte webpagina's als een thumbnail zien!
Gewoon even uitproberen zou ik zeggen! ;^)

De Drie Koningen


Het sneeuwde over de karavaan
en over drie gouden kronen.
De ster ging al maar uit en aan
boven hun rode konen.

Zij treuzelden wat, zij aarzelden wat,
zij waren al half verblind
door de sneeuw die tussen de ster in zat
en de ijskoude wind.

Van mirre, van wierook, van klinkklaar goud
stonden hun mantels bol.
Maar de wind was tegen, de sneeuw was koud
en de wereld was daarvan vol.

En achter hen slonk hun koninkrijk
en voor hen zwol de nacht,
en een ster, die eerbiedig gehoorzaamd werd,
was het overschot van hun macht.

Toen, plotseling, waaide de sneeuwvlaag om
en sneeuwde terug naar de hemel;
en de ster, die nu op een afdak glom,
wenkte hen af van de hemel.

Daar lag inderhaast wat stro,
- een trog als wankele troon,
maar ach, want het ontroerde zo -
iets lieflijks: Gods Zoon.

En dit was dus des werelds heer?
En dit was zijn paleis?
Zij deden voorzichtig hun kronen neer
en baden het Kyrie Eleis.

Bertus Aafjes

vrijdag 5 januari 2007

Zu Neujahr


Will das Glück nach seinem Sinn
dir was Gutes schenken,
sage dank und nimm es hin
ohne viel Bedenken.
Jede Gabe sei begrüßt,
doch vor allen Dingen
Das, worum du dich bemühst
möge dir gelingen.
Wilhelm Busch